Een bank kies je op zit, een salontafel op maat. Het is verleidelijk om eerst de tafel te kiezen die je mooi vindt en daarna te merken dat de kamer niet lekker loopt. Met drie maten en één proef op de vloer voorkom je dat.
Twee derde van de bankbreedte
De klassieke verhouding werkt nog steeds: een salontafel is ongeveer twee derde van de breedte van je bank. Bij een driezitsbank van 210 centimeter kom je dan uit op een tafel van rond de 140 centimeter, of op twee kleinere tafels naast elkaar.
Bij een hoekbank werkt die verhouding minder goed. Meet daar de vrije ruimte tussen de twee zitdelen, want de chaise longue steekt de kamer in en bepaalt wat er nog past. Staat de bank los in de ruimte, dan mag de tafel iets kleiner: je loopt er dan aan alle kanten omheen.
Plak in beide gevallen de tafelvorm met tape op de vloer af en ga op je vaste plek zitten. Kun je er vanaf daar bij zonder op te staan, dan klopt de maat.
Veertig centimeter tussenruimte
Tussen de voorkant van de zitting en de tafelrand houd je ongeveer 40 centimeter aan. Dat is genoeg om er langs de bank te schuiven en je benen te strekken, en kort genoeg om je koffie te pakken zonder op te staan. Minder dan 30 centimeter wordt wringen; meer dan 50 en je zit te ver weg. Loopt aan die kant ook de hoofdroute door de kamer, reken dan ruimer.
Bladhoogte: gelijk aan de zitting
De prettigste hoogte is die van je zitting, of een paar centimeter lager. Bij de meeste banken zit je tussen de 40 en 45 centimeter. Een tafel die hoger is dan de zitting oogt zwaar en zit onhandig; een heel lage tafel dwingt je tot bukken.
Heb je een lage loungebank van 38 centimeter, kies dan ook een lagere tafel. Die combinatie bepaalt meer van het zitgevoel dan de vorm van het blad.
Rond of rechthoekig
Rond werkt in een kleine kamer, bij een hoekbank en in huizen waar veel langs de tafel wordt gelopen: geen hoeken om je knie aan te stoten. Rechthoekig reikt verder bij een lange, rechte bank en biedt meer plek als er vaker met meer mensen aan tafel wordt gezeten.
Twijfel je, dan is een ovaal blad vaak het compromis dat in beide situaties klopt.
Waarom het materiaal meetelt bij een bank
Een salontafel staat pal voor het meubel waar het meeste naar gekeken wordt. Een blad met veel tekening trekt dan aandacht weg van de bank, een rustig blad doet het omgekeerde. Bij een bank in een effen stof mag de tafel best een eigen karakter hebben; bij een bank met een dessin of in bouclé houd je hem liever kalm.
Massief hout heeft daarbij één praktisch voordeel: onder de afwerking zit gewoon hout, dus een beschadiging in het blad is bij te werken, en dat is bij een folieblad niet zo. Zomaar schuren is trouwens geen goed idee: je gaat door de lak of olie heen en houdt een lichte plek over. Gebruik onderzetters, neem vocht snel weg en vraag bij een kring welk middel bij de afwerking van jóuw blad past. Wie een blad zoekt dat tegen dagelijks gebruik kan, komt al snel uit bij salontafels van mangohout, zoals Houtmijn meubelen die uit India importeert. Reken erop dat een massief blad zwaarder is dan het eruitziet: schuiven doe je met viltjes eronder, niet met een ruk.
Kort samengevat
Meet je bank en neem daar twee derde van, houd 40 centimeter vrij en blijf op zithoogte. Dat zijn je drie vertrekpunten, geen wetten: plak de vorm af en kijk of het in jóuw zithoek klopt. Pas daarna is de vraag welk blad je het mooiste vindt.