Lezing Frans Vriesendorp: Slaapkamerstyling met je VR-bril op

De babykamer virtueel voorzien van dat mooie behang, je favoriete designerstoel in de woonkamer positioneren om te kijken of ‘ie past en 3D ‘oefenen’ met het inrichten van je badkamer: als het aan Frans Vriesendorp (CEO bij INDG) ligt, wordt dit de toekomst. Hij deelde zijn kennis met een selecte groep bloggers in de showroom van Zuiver en Dutchbone. Wat voor invloed hebben Virtual Reality (VR) en Augmented Reality (AR) op de woonbranche?

Hoofdfoto: INDG

Anno 2017 willen bedrijven veel kunnen uitleggen over hun producten. (Kleur)variaties, andere stoffen, verschillende typen… In een wereld waarin het productaanbod elk jaar blijft groeien, lijkt de mogelijkheid jezelf te kunnen onderscheiden haast cruciaal om als bedrijf overeind te blijven. 

Bij INDG weten ze raad met bovenstaande problematiek: het bedrijf is gespecialiseerd in het werken met Virtual Reality (VR) en Augmented Reality (AR) en maakt 3D-visualisaties. Het grote verschil tussen AR en VR? Eerstgenoemde is een aanpassing van de werkelijkheid. Bijvoorbeeld: je plaatst die designerstoel (die je helemaal niet hebt) in de woonkamer middels een programma op je computer of telefoon. Photoshop kan in principe ook als AR worden aangeduid. Bij VR is er geen werkelijkheid: alles wat je ziet is, de naam zegt het al, virtueel.

IKEA experimenteerde eerder met VR (beeld: IKEA)

IKEA experimenteerde eerder met VR (beeld: IKEA)

3D-gerenderd beeld
In de automotive en fashionbranche wordt al volop geëxperimenteerd met VR, AR en 3D-visualisaties. In die branches is (het kunnen) personaliseren erg belangrijk. Adidas bijvoorbeeld, waar klanten de schoen van veter tot opdruk kunnen personaliseren, werkt veelal met beelden die 3D-gerenderd zijn. Dat moet ook wel, want het bedrijf lanceert jaarlijks een paar duizend nieuwe modellen.

Studiofotografie zou te kostbaar, zo niet onhaalbaar worden. Een groot voordeel van het 3D-renderen is dat bedrijven eindeloos veel content kunnen maken met hun producten. Het genereren van zo’n model kost natuurlijk tijd en geld, maar daarna lijken de mogelijkheden vrijwel eindeloos. In zo’n foto is namelijk alles aan te passen: je kiest een achtergrond en richt deze in met de gewenste producten. Het bizarre is dat alles klopt aan zo’n foto - lichtval, schaduw, omgevingskleuren… Niet van echt te onderscheiden.

Beeld: IKEA

Beeld: IKEA

Moeilijke branche
In de meubelindustrie komt het gebruik van VR, AR en 3D-visualisaties moeilijker van de grond. IKEA is een van de weinige bedrijven binnen deze sector die gebruikmaakt van 3D-gerenderde foto’s en virtual reality. De huidige ontwikkelingen lijken nog niet ver genoeg voor een implementatie in de woonbranche. Vriesendorp legt uit: ‘Klanten willen met verschillende producten van verschillende merken spelen. Ze moeten hun woonkamer kunnen inrichten met 900 producten in plaats van vijftig. Zo ver zijn we nu nog niet.’

Discutabel
Het is niet zozeer de vraag of de woonbranche met VR, AR en 3D-visualisaties gaat werken, maar wanneer dat gaat gebeuren. En dat is niet te voorspellen. Ook de vorm is discutabel: stoppen we straks met het ‘echte’ stylen van ruimtes - en gaan we alles virtueel dan wel digitaal doen? Stel je voor: tijdschriften en woonbloggers werken wellicht niet meer met fysieke product voor een review of advertorial, maar ontvangen een gerenderd beeld dat in de setting geplakt kan worden. Voel je je dan voor de gek gehouden? Is het juist slim? Of een turn off voor de industrie? Ik ben benieuwd naar jouw gedachten!

Dank aan Frans Vriesendorp voor de boeiende lezing en het team van Zuiver en Dutchbone voor de organisatie.